| Home | Gasten | Contact
» Finkensieper Pages
Arnhem, 9 april 2009

De zaak Finkensieper in Zetten; 20 jaar later

Woensdag 15 april zendt Omroep Gelderland een reportage uit over ‘De zaak Finkenspier in 1989’.

In het programma ‘Alles uit de kast’ ziet u dat 20 jaar later zowel de slachtoffers als de familie van Finkensieper nog steeds worstelen met de ingrijpende gevolgen van deze zaak. In deze reportage ziet u de zus van de veroordeelde psychiater en een slachtoffer voor het eerst openhartig praten over deze zaak die in hun geheugen gegrift staat. Daarnaast wordt uitgebreid teruggekeken op de heftige gebeurtenissen rondom Finkensieper en de Heldring Stichting in Zetten.



In 1989 wordt psychiater Theo Finkensieper van de Heldring Stichting in Zetten opgepakt en tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor het seksueel misbruik van een aantal minderjarige meisjes. Niet alleen het dorp Zetten, maar heel Nederland is geschokt. Het is de eerste grote zedenzaak in een jeugdpsychiatrische instelling in Nederland.

Woensdag 15 april vanaf 18.20 uur (daarna ieder uur) bij TV Gelderland

Vanaf donderdag 16 april terug te kijken via uitzending gemist op www.omroepgelderland.nl

Teleurstellend nieuws:

Ik ontving deze reactie op mijn vraag waar dan de 'uitzending gemist' film blijft:

Dag allemaal,

slecht nieuws... ik kreeg dit antwoord terug:

Geachte mevrouw ,

Hartelijk dank voor uw mail. In de documentaire over Finkensieper hebben
we archiefmateriaal gebruikt van andere rechthebbenden. Wij mogen daarom
de docu niet op "uitzending gemist" zetten.

Met vriendelijke groet
Pieter van Eekelen
Alles uit de Kast

E.Tina J.
________________________________________________________




_______________________________________________________
Het valt niet mee om nog artikelen te vinden over de situatie rond deze psychiater en de Heldring Stichting in Zetten. Wanneer iemand informatie weet te vinden over met name de periode 1980-1990 hoor ik dat graag!

Het EVRM en de slachtoffer - getuige - Baegen, Doorson, Finkensieper, een stand van zaken.
Door: Renee Kool

http://www.iiav.nl/ezines/DivTs/Nemesis/1996/nemesis_1996_getuige.pdf

Veroordeelde Finkensieper overleden -- 6 mei 1999 – Reformatorisch Dagblad -- NIJMEGEN – Theo Finkensieper, de psychiater van de Heldringstichtingen in Zetten die in 1992 tot 6 jaar cel werd veroordeeld omdat hij meisjes uit de gesloten inrichting seksueel had misbruikt, is vorige week overleden. Finkensieper was al geruime tijd ziek. Hij heeft tot zijn dood ontkend dat hij schuldig was. De politie pakte de psychiater in 1989 op na klachten over misbruik. Zijn ex-pupil Annie Bijnoord stapte als eerste naar de politie. Zij richtte het Steunpunt Zetten op, waar een stroom klachten over het gedrag van de arts binnenkwam. Uiteindelijk bleven er zeven aanklachten over. De zaak kreeg erg veel publiciteit. Dat kwam onder andere doordat het steunpunt nietsverhullende advertenties tegen de arts plaatste en in zijn woonplaats Nijmegen affiches ophing, waarin Finkensieper de ”Mengele van Zetten” werd genoemd. Bijnoord schreef bovendien een boek. Finkensieper vocht door tot aan de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, omdat hij geen eerlijk proces zou hebben gehad. Hij verloor en kwam 2 jaar geleden na het uitzitten van zijn straf op vrije voeten.

Aanvulling Red. MdH dd. 28 december 2004: Prof. Dr. Willem Albert Wagenaar (1941), hoogleraar experimentele psychologie, trad als getuige-deskundige in de zaak tegen psychiater Finkensieper op. Advocaat mr. Gerard Spong verdedigde de psychiater. In het artikel 'Sex, drugs en rock&roll: sexuele grensoverschrijding in hulpverleningsrelaties' van Rene Stommel (2001) valt te lezen: "... Rond 1995 waren er schokkende casus zoals van de alom gerespecteerde Dik Oudshoorn bijvoorbeeld, die zich suïcideerde nadat was uitgekomen dat hij onzedelijkheid had betracht in relatie tot een minderjarige cliënt, of van de Rekkense psychiater Finkensieper, die het met talloze aan hem toevertrouwde jonge meiden had gedaan...". Lees ook de artikelen van 3 november 1995 en 19 juni 2003 in deze rubriek van ons nieuwsarchief. Daarnaast willen wij verwijzen naar de oproep van Margot op ons prikbord. Margot is een van de slachtoffers van psychiater Finkensieper en zij is op zoek naar andere slachtoffers van de psychiater die in de Lingewal in Zetten werkzaam was .

xxxxxxxxx

Th. Finkensieper (65) overleden – 6 mei 1999 – NRC – ROTTERDAM - Voormalig directeur-psychiater drs. H.O.Th. Finkensieper van de Heldring Stichtingen in Zetten is vorige week op 65-jarige leeftijd overleden. Finkensieper werd in 1990 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en elf jaar beroepsverbod wegens seksueel misbruik van moeilijk opvoedbare meisjes in de Betuwse inrichting.

Misbruik door Hulpverleners - prikbord

Onderstaand laat goed de overeenkomsten zien tussen degene waar ik slachtoffer van ben geweest en huidige misbruikende psychiaters. Een walgelijk, semi-vaderlijk stukje woordvoering van de psychiater na zijn arrest.
Het slachtoffer is een arme fantast en de dader en welwillend slachtoffer.Hij had toen zijn gevangenisstraf er al opzitten!

EEN OEDIPALE VADERMOORD -- 18 november 1995 – Trouw -- JOOP BOUMA -- Hans Otto Theodoor (Theo) Finkensieper, ex-kinderpsychiater, is woensdag vrijgelaten na een gevangenisstraf van zes jaar wegens seksueel misbruik van meisjes die opgenomen waren in de jeugdpsychiatrische inrichting De Lingewal in Zetten. Theo Finkensieper heeft gebroken met zijn bezieling: het opvoeden van ernstig ontspoorde pupers. Zijn boeken over psychiatrie heeft hij verkocht. Hij heeft een nieuwe hartstocht, schilderen met olieverf. De jaren van bezinning en reflectie achter gevangenismuren hebben zijn visie op de strafzaak echter niet aangetast: “Ik ben ten onrechte veroordeeld. Maar ik huiver voor de slachtofferrol. Ik wil niet verworden tot een oude, zeurende man die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht dat hem is aangedaan. Daar pas ik voor.” “Het gaat weer van voren af aan beginnen”, zegt hij, een week voor zijn vrijlating. “Ik heb nu eenmaal een naam die niet te verstoppen is. En er zijn te weinig mensen met civiel courage die zeggen: die man heeft vastgezeten, nu moet het afgelopen zijn. Ze hebben al aangekondigd dat ze me bij de poort zullen staan opwachten.” [Grote foto: laantje achter paviljoen De Vluchtheuvel in Zetten. Inzet (links) in grote foto: schilderij van Finkensieper, geschonken aan Sorgdrager bij haar installatie als minister van justitie. Inzet (rechts): schilderij van Finkensieper, getiteld 'Verzoek om strafvermindering'. Kleine foto's: paviljoen in Zetten (boven). Vluchtheuvelkerk (midden). Graf van Karl Otto Finkensieper sr. (onder). De binneplaats van de gevangenis Norgerhaven, schilderij van Finkensieper FOTO'S ROB HUIBERS] Geen spat veranderd. Datzelfde baardje, die beweeglijkheid, dat vlugge praten. 'De Mengele van Zetten', 'Pavlov in de Betuwe'. Verguisd, afgebrand, uitgestoten. De psychiater die niet van zijn pupillen afbleef. Hij ontkent het nog steeds. Maar wil tegelijk de ex-patiënten die aangifte tegen hem deden, niet van liegen betichten. “Ik zeg niet dat ze hun aangiften hebben verzonnen. Maar het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing van geheugens, van reconstructies.” We spreken elkaar in het café van de openbare bibliotheek in Almelo. Aan tafeltjes rondom proberen bezoekers flarden van het gesprek op te vangen. Steelse blikken naar die iets gedrongen man, die over zijn gevangenisstraf en over zijn ingewikkelde relatie met zijn geboortedorp Zetten praat op een toon alsof hij het over het weer heeft. Hij is opgeruimd, bij tijden vrolijk, anders dan in de periode van de strafzaak. Het stigma van de ex-delinquent, die zich onzeker en achterdochtig voorbereidt op de terugkeer in een hem vijandig gezinde burgerwereld, krijgt schijnbaar geen vat op Theo Finkensieper. “Ik voel me geen verslagen mens. Ik vind dat ik onterecht gezeten heb, maar ik ben geen slachtoffer. Ik heb iets meegemaakt wat weinig mensen meemaken, maar daar moet ik overheen zien te komen. Ik heb het verteerd, denk ik.” Zeker geen vervelende tijd geweest, daar in strafgevangenis Norgerhaven. “Nou ja, het was wèl een gevangenisstraf. Maar slecht heb ik het er niet gehad, hoewel de straf heel lang duurde. Ik heb geprobeerd mezelf bezig te houden. Ik heb in m'n cel filosofie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Elke avond een paragraaf Heidegger gelezen. Ik had een grote vrijheid. 's Ochtends ging de deur van m'n cel open en ik hoefde eigenlijk alleen maar te zorgen dat ik 's avonds op tijd weer op m'n cel was. Het had ook iets prettigs, weten dat als de telefoon ging, dat dat beslist niet voor jou was. Ik hoefde niet eens aan eten en drinken te denken. Alles wordt volgens een vast stramien vóór jou gedaan. Je hebt totaal geen sociale verantwoordelijkheid. Je hebt niks meer, en dat ervoer ik als een bevrijding. Tijdelijk, in ieder geval. Het was een soort monnikenbestaan van lezen en schilderen.” De laatste maanden zat hij in de open inrichting Niendure in Almelo. Na het gesprek rijden we naar zijn gevangenis, een verbouwde villa, veilig ver buiten de bebouwde kom. Hij haalt foto's van zijn schilderijen van zijn kamer. Naïeve werken, warme kleuren. Typisch gevangeniskunst, tralies, binnenplaatsen, verweerde deursloten. Veel gevoel voor de details. Ook figuratieve voorstellingen. Hij laat een foto zien van een schilderij van drie gezichtloze gestaltes in toga, met op de voorgrond een naakte man op handen en knieën. Een rood stempel op het lijf: '6j', zes jaar, de straf die hij uiteindelijk kreeg. Hij stuurde het schilderij op aan Winnie Sorgdrager bij haar installatie als minister van justitie. Tijdens de behandeling van zijn hoger beroep voor het gerechtshof in Arnhem trad Sorgdrager op als procureur-generaal. “Ik heb een aardig briefje van haar teruggehad.” De detentie heeft hem niet geknakt. Zedendelinquenten hebben het zwaar in de bajes, ze zijn een makkelijk doelwit voor mishandeling en intimidatie. Finkensieper wist dat hij nog een extra handicap had: hij was psychiater, geen populair beroep onder gevangenen. Uiteindelijk viel het erg mee. “In de eetzaal stonden ze in het begin wel eens op als ik bij ze aan tafel schoof. 'Ik wil niet met jou aan tafel zitten', werd er dan gezegd. Ik zei dan: 'Dat is prima. Dat is mijn probleem niet. Als je mij niet moet, moet je vooral gaan'.” Tot fysiek geweld is het eigenlijk nooit gekomen. “Ja, als er een nieuwe gevangene kwam, wilde zo iemand wel eens bravoure tonen en gaan schelden. 'Hé Finkensieper, jij bent gek op kleine kutjes, hè'?' Ik liep dan recht op zo'n vent af, beetje dreigend, dan ging ik 'm op het laatste moment straal voorbij. Daarna was het over. Ik heb nooit echt last gehad. Ik zou ook niet bang geweest zijn om te vechten. Dat voelen ze. Zedendelinquenten vertonen vaak een wat angstig gedrag, dat heb ik niet.” Toen hij in Norgerhaven voor het eerst wilde gaan werken in de boekbinderij en drukkerij, brak er een staking uit onder de gedetineerden. Moordenaars, fraudeurs, drugsdealers en verkrachters wensten niet met de ex-psychiater in één ruimte te verblijven. “Een hele toestand is dat geworden. De directie heeft moeten ingrijpen. Zoiets was nooit eerder gebeurd.” Hij merkte nogmaals hoe groot de weerstand was, toen hij in Utrecht wilde meedoen aan een expositie van schilderijen van gedetineerden. Z'n medegevangenen dreigden hun werk terug te trekken. “De directie van Norgerhaven haalde bakzeil. Ze zagen die tentoonstelling liever niet in het honderd lopen. Terwijl me was toegezegd dat ik mee mocht doen.” Kort daarna werd zijn werk, buiten zijn medeweten, ook verwijderd uit het gevangenismuseum in Veenhuizen. “Niemand heeft mij ooit verteld waarom. Ik heb ze voorgesteld kippegaas om mijn schilderijen heen te zetten. Leuk toch, zo van: deze werken horen hier niet thuis. Maar ze moesten daar weg. Later heb ik in Norgerhaven nog een hele gang volgehangen met mijn schilderijen.” Voor sommige gevangenen werd hij vertrouwenspersoon. “Ik heb voor een medegevangene liefdesbrieven geschreven. Later kwam hij dat meisje in de bezoekerszaal aan me voorstellen. Ik heb ook nogal eens gedetineerden bijgestaan voor de beklagcommissie en in negentig procent van de gevallen gescoord.” Maar hij mocht niet meedoen aan de speciale trainingen in sociale vaardigheid die gevangenen aan het eind van hun straf krijgen. Ze vonden dat hij het niet nodig had. Hij voelt zich als een klein kind buitengesloten. “Ze zagen me als een bedreiging.” Sinds juli had hij een baantje bij de gemeente Almelo. Groenvoorzieningen inventariseren. “Ik heb de plantsoenen in kaart gebracht. Werk van niks natuurlijk. Maar wel lekker veel buiten, met dat mooie weer van de afgelopen tijd.” Hij kent na vijf maanden plantsoenendienst feilloos de weg in Almelo. Het is droevig gesteld met het openbaar groen in het Twentse stadje, concludeert hij. Die naam. Finkensieper. Nee, nooit overwogen 'm maar te veranderen. Hij zou dat als verraad zien aan zijn vader. Ook zijn vijf kinderen voelen daar niets voor. Het is destijds misgegaan toen hij op televisie in een praatprogramma bij Paul Witteman verscheen. Hij besloot zijn naam voluit te laten noemen. Niet 'F.' of 'dokter F.'. Hij vond dat 'ie onschuldig was en dat een initiaal juist het tegendeel suggereerde. “Maar na die uitzending is de hele pers me Finkensieper gaan noemen, terwijl je zo'n naam op tv zo weer vergeet, maar als 'ie in alle kranten gedrukt staat, vergeet niemand 'm meer.” Hij heeft geen goed woord over voor de media, die - ook volgens zijn advocaat - de verhalen van de ex-pupillen breed uitmeetten, maar zijn kant van het verhaal negeerden. “Ik ben gewoon voer geweest, emotioneel voer. En ik ben het nòg.” Hij merkt dat de mensen om hem heen verstarren als hij in winkels zijn naam noemt. “Het maakt me niet uit, ik ga er niet geheimzinnig over doen. Ik ga niet fluisteren of zo.” Op zijn tijdelijke werk nam hij gewoon de telefoon op met: 'Finkensieper, Groenvoorzieningen.' “Het heeft ook wel iets makkelijks, mensen moeten meteen hun positie bepalen. Ze krijgen niet de kans op voorhand al te zeggen: met die man wil ik niks te maken hebben.” De naam Finkensieper, onlosmakelijk verbonden met de Heldringstichtingen in Zetten, was voor de gemeente Valburg in 1991 niet langer houdbaar. Op verzoek van drie gezinnen die aan de laan woonden en het stichtingsbestuur werden de bordjes verwijderd. Hij is er nòg verbolgen over. “De laan was genoemd naar mijn vader.” De relatie met Zetten, het dorp waar hij werd geboren, naar de lagere school ging en na zijn studie terugkeerde als kinderpsychiater, houdt hem nu nog het meest bezig. “Ik kan eigenlijk niet meer komen in het dorp waar ik ben opgegroeid. Dat zijn rare dingen, waar ik nog niet klaar mee ben. Het dorp is gespleten, nog steeds. De helft staat aan mijn kant, de andere helft aan de kant van de aangeefsters.”

Achteraf kan hij het moment waarop het volgens hèm fout ging, nauwkeurig bepalen. “In 1985 ben ik behandelend directeur geworden voor de hele inrichting. Dat had ik nooit moeten doen. Ik had gewoon psychiater moeten blijven bij De Lingewal, een afdeling van de Heldringstichtingen. Op een gegeven moment had ik alle touwtjes in handen. Alle macht bij de behandeling van de pupillen was verenigd in één persoon. Ik woonde op het terrein, ik was een soort pater familias, er heerste een gezinssfeer, pupillen kwamen bij ons aan huis. En ik deed alles zelf. Ik nam de besluiten tot isolatie van pupillen, ik stuurde ze door naar andere inrichtingen. Dat roept reacties op. Het was één grote draaikolk, waarin alles verzonk. Dat was niet goed. Ik had moeten opstappen.”

Maar hij bleef. Amper vijf jaar later stond hij voor de strafrechter. “Dat het bestuur van de Heldringstichtingen mij heeft ontslagen, kan ik billijken. Het was immers bekend geworden dat ik buitenechtelijke kinderen had en je kunt je afvragen of je dan nog in zo'n positie naar behoren kunt functioneren. Maar voor een strafrechtelijke vervolging was er geen enkele reden.” De officier van justitie vond van wel. Het is moeilijk de getuigen niet te geloven. Het waren schokkende verhalen, die op tal van punten met elkaar overeenkwamen. “Jazeker, maar ik denk dat als ik zou kunnen vertellen wat mijn verhaal was, dan zou het moeilijk zijn mij niet te geloven. Het strafrecht is te grofmazig, is beslist ongeschikt voor zedenzaken. Dat is aan alle kanten gebleken. En in mijn zaak heeft de rechter zich uitsluitend gebaseerd op de processen-verbaal. Er is geweigerd de aangeefsters op te roepen, of hun dossiers op te vragen. Daarom stappen we ook naar het Europese Hof van Justitie in Straatsburg. We moeten het nu afmaken. Als ik zou stoppen, zouden ze zeggen: hij durft niet meer. Ik vind dat ik geen eerlijk proces heb gehad.” Geen wrok dan? Niets? Hij haalt zijn schouders op. “Hoeveel mensen krijgen de kans iets heel nieuws te beginnen in hun leven? Zetten was zo absorberend. Ik was mijn vader in zijn voetsporen gevolgd. In een gang ergens in een gebouw van de Heldringstichtingen hing dat rijtje portretten van patriarchen die Zetten door de jaren leidden: Heldring, Lammerts van Bueren, mijn vader. Ik was bezig in datzelfde rijtje terecht te komen. Misschien was wat er met mij is gebeurd een hele ingewikkelde oedipale vadermoord. En dan niet alleen op m'n vader, maar op al die regenten. Het was een machtig oedipaal gezelschap, hoor. Daar zijn gekke dingen gebeurd. Ze zijn nu bezig een gesloten inrichting te maken van de voormalige directeurswoning op het terrein. Dat is toch bizar. Ik heb altijd geprobeerd de boel daar open te gooien. Nu komen er hekken en bewakingscamera's. Terwijl opvoeden èn opsluiten onverenigbaar zijn.” Hij heeft vier jaar van binnenuit kunnen zien hoe het Nederlandse gevangeniswezen functioneert. “Wat mij is opgevallen, is dat de economische wetten in de samenleving, binnen gevangenismuren onverkort gelden. Slecht werk wordt het slechtst betaald. Ze leren mensen een vak met het doel dat ze zich straks een plaats kunnen verwerven in de maatschappij, terwijl iedereen weet dat ex-gevangenen die plek nooit zullen krijgen. Ze maken mensen niet duidelijk dat leren om het leren ook heel aardig kan zijn. Het leven achter die muren is zozeer een afspiegeling van de maatschappij, dat het aan veranderingsprocessen niets, niets, oplevert. De gokkers gokken, de snuivers snuiven, de handelaren handelen. Er verandert niets. Er wordt niet gekeken naar wat mensen kunnen.” In Norgerhaven zat Finkensieper op de IBA, de individuele behandeling afdeling. “Een deel van de gedetineerden daar was ex-psychatrisch patiënt. Ik heb daar veel gehad aan mijn studie. Heel wat gesprekken gevoerd met gedetineerden. Ik moest ook vaak psychiatrische rapporten duiden. Daar kwam me in zekere zin m'n inrichtingservaring te pas. Ik wist wat leefgroepen waren, hoe het groepsproces, de groepsdynamiek werkte.” Hij vindt het een grof schandaal hoe er in het gevangeniswezen wordt gesold met de ter beschikking gestelden, gestoorde gevangenen die voor dwangbehandeling in aanmerking komen. “Je zag ze bij ons opknappen, die mensen met TBS. En tegen de tijd dat ze terug moesten naar het huis van bewaring, vanwege de lange, lange wachtlijsten voor TBS-klinieken, zag je ze vervolgens volkomen afknappen. Verschrikkelijk. We hebben petities geschreven naar Den Haag, maar er was geen vinger tussen te krijgen. Ze worden gewoon teruggedonderd.” Kort nadat zijn vonnis onherroepelijk was geworden, rekende hij rigoureus af met de psychiatrie. Het Medisch Tuchtcollege èn de burgerlijke rechter verboden hem zijn vak ooit nog uit te oefenen, omdat hij op grove wijze het vertrouwen in de medische stand had geschonden. “Ach, pijnlijk? Ik heb mijn boekenkast uitgeruimd. Vijfhonderd boeken over psychiatrie, pedagogiek en psychologie verkocht aan De Slegte. Ik kreeg er nog 300 gulden voor, dat viel me mee. Er zat veel tinnef bij. Ik heb alleen het rijtje Freud nog laten staan, maar achteraf heb ik daar nog spijt van ook.”



Finkensieper naar het Europese Hof -- 3 november 1995 -- NRC Handelsblad – NIJMEGEN - Th. Finkensieper, de voormalige directeur van de Heldringstichting in Zetten die tot zes jaar is veroordeeld wegens seksueel misbruik en intimidatie van minderjarige meisjes, is naar het Europese Hof gestapt. Hij wil dat het hof uitspreekt dat hij geen eerlijk proces heeft gehad. Dat heeft Finkensiepers raadsman bevestigd.

NRC HANDELSBLAD 2-10-1990

MEDIA BEJEGENEN FINKENSIEPER NIET KRITISCH GENOEG; SLACHTOFFERS WORDEN NIET GEHOORD
Door: Gabi van Driem

Twee weken geleden had de VARA-televisie een vraaggesprek met de tot zes jaar gevangenisstraf veroordeelde psychiater Finkensieper. Afgelopen zaterdag bracht NRC Handelsblad een meer dan paginagroot interview uit met deze man. Volgens Gabi van Driem, verdedigster van de slachtoffers, zijn haar cliënten verontwaardigd over deze vorm van publiciteit. Tegelijk bespeurt zij onder intellectuelen een groeiend begrip voor de veroordeelde.

In Nederland wordt vrijheid van meningsuiting als een groot goed beschouwd, maar die vrijheid kan ook te ver worden doorgedreven. Uiteraard mogen media een verdachte van seksuele misdaden aan het woord laten, maar alleen al uit piëteit jegens de slachtoffers-en dan heb ik het nog niet eens over journalistieke normen-zou de journalist hoor en wederhoor moeten toepassen.
Als dat niet past in de gekozen journalistieke vorm, in dit geval een interview, is enig weerwoord en feitenkennis van de verslaggever een minimale voorwaarde. Gebeurt dat niet, dan resteert een voor de slachtoffers kwetsend artikel dat weinig bijdraagt aan de mogelijkheid van de lezer om zich een afgewogen eigen oordeel te vormen.
Finkensieper heeft zich-ondanks jarenlange geruchten in de Zettense inrichtingen over seksueel misbruik van patiënten (zie de getuigenissen van diverse ex-medewerkers voor politie en rechter-commissaris in de strafzaak) – door zijn grote verbale begaafdheid en machtspositie als psychiater en later directeur van de inrichting in het zadel kunnen houden. Ook nu ziet hij kans met zijn onmiskenbare verbale intelligentie velen om de tuin te leiden, tot groot verdriet van de slachtoffers.
Finkensieper slaagt erin journalisten zodanige informatie over zichzelf te verschaffen, dat daaruit feitelijk het beeld van de onschuldig veroordeelde naar voren komt. Dat is het goed recht van iedere beschuldigde. Maar de journalist dient in zo’n geval over degelijke voorkennis te beschikken, om de geïnterviewde weerwerk te kunnen geven. Dat de interviewer over onvoldoende informatie beschikte blijkt mijns inziens uit de kritiekloze wijze waarop F. is ondervraagd.
Nergens wordt gesproken over:
- zijn veroordeling door het Medisch Tuchtcollege te Eindhoven tot ontzegging uit het ambt van geneeskundige, wegens seksueel contact met een patiënt (waar een kind uit voortkwam).
- het feit dat deze man weigert zich psychiatrisch te laten onderzoeken, ofschoon hij daarmee de kans heeft om aan te tonen dat hij niet de seksmaniak is, die hij blijkens de hem ten laste gelegde feiten en de brieven die hij aan één van zijn patiënten schreef, wel moet zijn.
- het feit dat er- behalve de tien aanklachten in de tenlastelegging waarvan er zes bewezen werden verklaard, nog dertien andere aanklachten tegen F. lagen, die echter door de officier van justitie uit het dossier werden gelicht, aangezien ze strafrechtelijk waren verjaard.
-het feit dat er tevens een getuigenverklaring bij de politie lag van een destijds minderjarige zwakbegaafde vrouw, die tijdens een lift door dr. F. verkracht zou zijn (en die hem pas jaren later aan een foto in de krant herkende).
- het feit dat dr. F. in 1988 de eerste klachtbrief van een ex-pupil van de Heldringstichtingen over door hem gepleegd seksueel misbruik verduisterde, zodat het bestuur deze klacht nooit onder ogen kreeg.
- het feit dat de flat van F. – zoals de interviewer in het begin van zijn verhaal vertelt- sober gemeubileerd is, enkel en alleen omdat hij om aan beslaglegging te ontkomen daaruit alle kostbaarheden weghaalde. Hij deed dit nadat hij had geweigerd de schadevergoeding van 18.000 gulden aan zijn slachtoffers te betalen, waartoe hij door de president van de rechtbank en het Arnhemse gerechtshof was veroordeeld.
Op iedere klacht over hem – of het nu om getuigenissen van medewerkers van de Heldringstichtingen gaat of om die van ex- patiënten, of het nu vragen over sekstherapie betreft of het naakt zwemmen met patiënten – heeft Finkensieper een gepast en redelijk klinkend antwoord.

(het hele artikel is in eigen bezit)
_________________________________________________________
ELZEVIER – 27-10-1990

BEERPUT ZETTEN - SLACHTOFFERS IN DE ZAAK FINKENSIEPER WORDEN AAN HET LIJNTJE GEHOUDEN
Door Gerlof Leistra

In Arnhem dient dinsdag het hoger beroep van de voormalige directeur-psychiater H.O.Th. Finkensieper van de Heldring-stichtingen in Zetten. Finkensieper werd tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens seksueel misbruik van pupillen, maar zegt onschuldig te zijn. Volgens de slachtoffers is slechts de deksel van de beerput gelicht. "Zetten was een groot incestnest. De situatie was volledig verseksualiseerd. Finkensieper was echt niet de enige die zijn handen niet kon thuishouden'.

De twee lijnen van het Steunpunt Zetten zijn voortdurend bezet. Zo vlak voor het hoger beroep laaien de emoties onder de misbruikte vrouwen weer hoog op. ‘Maar er melden zich ook nog steeds nieuwe slachtoffers van Finkensieper’, zegt medewerker Huig met een strak gezicht. Hij heeft net een moeilijk telefoongesprek afgerond en steekt trillend een sjagje op. “Sommige verhalen zijn zo schrijnend, daar lusten de honden geen brood van’. Zwijgend schenkt hij een nieuwe mok koffie in. En dan met nauw verholen woede in zijn stem: “We hebben nog steeds geen inzicht in de exacte omvang van deze zaak. Het gaat inmiddels al om tientallen vrouwen”.
Het steunpunt werd dit voorjaar opgericht als zenuwcentrum voor de slachtoffers van dokter Finkensieper en heeft onderdak gevonden in het voormalig inloophuis voor vrouwen “De Helse Hex’ in Amsterdam oud-West. Negen vrijwilligers, van wie drie mannen, zorgen ervoor dat het Steunpunt drie dagen in de week telefonisch bereikbaar is. “Zolang Finkensieper nog vrij rondloopt en we geen zekerheid hebben over de betrokkenheid van overige personeelsleden, draait alles om Zetten. Maar in de toekomst willen we ook aandacht besteden aan seksueel geweld elders in de psychiatrie.. Zetten is geen incident’.
Hans Otto Theodoor Finkensieper was vijf jaar oud toen zijn vader in 1939 benoemd werd tot predikant en directeur van de Heldringstichtingen. De familie woonde op het terrein van de instelling, die zich steeds meer ontwikkelde tot eindstation van de kinderbescherming. In 1971 werd Theo Finkensieper directeur van de Jeugspsychiatrische afdeling. Vrijwel vanaf het begin klaagden pupillen over zijn aan Pavlov en Skinner ontleende behandelmethode van conditionering. Het veelvuldig gebruik van isoleercellen, koude douches, dwangbuizen en medicijnen werd reeds in 1974 gehekeld in een zwartboek van de Belangenvereniging Minderjarigen (BM). Daarin werd tevens melding gemaakt van ‘gedwongen masturbatie als therapeutisch middel’.
Staatssecretaris Glastra van Loon installeerde een onderzoekscommissie, maar er veranderde niets. De BM bleef ageren en kwam in 1985 met zestien –anonieme- getuigenverklaringen over de seksuele praktijken van Finkensieper. Ook verscheen er een tweede zwartboek. Voor het bestuur van de Heldringstichtingen was dit alles geen bezwaar om Finkensieper nog datzelfde jaar te benoemen tot algemeen directeur van Zetten. In maart 1988 kwam de eerste niet-anonieme verklaring binnen en spoedig volgden er meer.
Voor de Arnhemse rechtbank zei de advocaat van Finkensieper. Mr. E. Ph. R. Sutorius, in mei van dit jaar ‘het raadselachtig te vinden dat de zogenaamde praktijken van cliënt zich gedurende achttien jaren hebben kunnen voordoen zonder klacht of ingrijpen van respectievelijk pupillen en/of derden. Zo raadselachtig dat ik er vanuit moet gaan dat het opgeroepen beeld niet aan de werkelijkheid beantwoordt’. Er zou volgens hem sprake zijn van ‘verdichting en projectie’ en van ‘statusverheffing’ door het vervullen van de slachtofferrol. Voor de ‘publieke hetze’ tegen Finkensieper had hij geen goed woord over: ‘Het is een primitieve steniging met moderne middelen, een oudtestamentische wraakactie’.

Tiny Delisse werkte vanaf 1979 tien jaar bij het Jongeren Advies Centrum (JAC) in Nijmegen. Hij schat dat het JAC in die periode zo’n honderdtwintig uit Zetten weggelopen meisjes tijdelijk onderdak heeft geboden. ‘De naam van Finkensieper viel altijd. Het was mij vanaf het begin duidelijk dat daar dingen gebeurden die niet door de beugel konden. Maar over seksueel misbruik is nooit expliciet gesproken. Dat was een verboden onderwerp. De meisjes zeiden wel dat ze bang waren voor Finkensieper en dat hij op de meest vreemde momenten hun kamer binnenkwam. Ik ben ervan overtuigd dat de recente aanklachten kloppen. Daar heb ik geen seconde aan getwijfeld’.
Dat pas in 1988 de eerste niet-anonieme verklaring over seksueel misbruik werd afgelegd, zou niet alleen uit het heersende taboe verklaard kunnen worden. De machtspositie van de verbaal zeer begaafde Finkensieper – op het terrein woonachtig aan de Finkensieperlaan- was schier onaantastbaar. Zelf zei hij daarover in het omstreden televisie-interview met Paul Witteman: “Ik was niet alleen de boeman, maar had mezelf zo opgesteld dat ik heel centraal in de inrichting stond. Ik had daar veel macht. Ik had een heleboel functies in mij verenigd’. Personeel dat zich tegen de methoden van Finkensieper verzette, werd zonder pardon ontslagen. Uit de stukken blijkt dat diverse personeelsleden van de seksuele vergrijpen wisten, maar ze niet konden tegenhouden. Veel meisjes waren bang voor represailles als ze tegenover de buitenwereld het achterste van hun tong lieten zien. Verder speelde schaamte natuurlijk een rol, waren de slachtoffers lange tijd bang niet geloofd te worden en probeerden ze hun ervaringen te verdringen.
Mr. Karin Spaargaren, de advocate van een slachtoffer in het civiel proces om een schadevergoeding, heeft nog een andere verklaring voor de jarenlange ‘terreur’ van Finkensieper: “Medeplichtigheid van overig personeel, in ieder geval medeweten, heeft hierbij niet kunnen ontbreken’. Haar collega mr. Gabi van Driem omschrijft Zetten als ‘een groot incestnest. Er waren meer mensen die hun handen niet thuis konden houden. Die geruchten worden van alle kanten bevestigd’.
Ook de in 1960 overleden vader van Finkensieper zou niet smetvrij geweest zijn. Tiny Delisse kreeg vorig jaar vijf telefoontjes van ex-pupillen van tussen de vijftig en zestig jaar, die zeiden door dominee Finkensieper te zijn verkracht. “Na elke publicatie over de zaak volgden nieuwe telefoontjes. Sommige vrouwen hadden er veertig jaar met niemand over durven praten’.
Volgens Bakker –oud-hoofdcommissaris van politie in Arnhem- heeft zijn bestuur met de schorsing en het ontslag van Finkensieper ‘juist en daadkrachtig gehandeld. Wij hebben op grond van de getuigenverklaringen onze eigen verantwoordelijkheid genomen en niet gewacht op een uitspraak van de rechter’.
Nog dagelijks ondervinden de slachtoffers de psychische gevolgen van het gebeurde. Uit de stukken komt een beeld naar boven van verwoeste levens.


___________________________________________________________

De Volkskrant 31-10-1990
EX-PSYCHIATER BLIJFT ONTUCHT MET PUPILLEN ONTKENNEN
Hof beslist over nieuwe getuigenis slachtoffers

Arnhem – Het hof in Arnhem zal vandaag waarschijnlijk beslissen of in de zaak tegen de ex-psychiater dr. Finkensieper, directeur van de Heldringstichtingen in Zetten, toch nog zes van zijn slachtoffers als getuige zullen worden opgeroepen. Tijdens de eerste zitting van de zaak, die gisteren in hoger beroep werd behandeld, ontkende de verdachte opnieuw schuld. “Ik ben het met de bewijsvoering niet eens, ik ben onschuldig’, zei hij.
De ex-psychiater werd op 30 mei tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het plegen van ontucht met pupillen. Er werd toen tevens bepaald dat hij zijn beroep elf jaar lang niet meer uit mag voeren. De Medische Tuchtraad had al eerder maatregelen tegen hem genomen.
Meteen al aan het begin van de zitting maakte president Gerbrandy bekend dat raadsman Sutorius namens zijn cliënt een verzoek had ingediend om alsnog zes getuigen te mogen horen. De president wilde daarover nog niet beslissen. Hij wilde eerst de getuigen-deskundigen horen die door zowel de procureur-generaal als de advocaat van de verdachte waren opgeroepen. Ter geruststelling van de slachtoffers van Finkensieper zei de president al wel dat zo’n herhalingsverhoor in ieder geval achter gesloten deuren zou plaatsvinden.
Vanaf het allereerste begin ontkende en bagetaliseerde de ex-psychiater de hem ten laste gelegde feiten. De meisjes hadden hun broekje aan mogen houden bij hun medische visitaties en het was dus gelogen dat ze naakt waren geweest. Van pijpen en aftrekken was nooit sprake geweest. De verkrachtingsscene met Brigitte was als catharsis (loutering) bedoeld. Hij had ook nooit schuttingtaal gebruikt, maar zich alleen maar aangepast aan het taalgebruik van de meisjes.
Finkensieper en zijn advocaat pogen aan te tonen dat de slachtoffers niet geloofwaardig zijn. Ze vinden dat het strafrechtelijk onderzoek veel tekortkomingen heeft gehad. Daartoe had de advocaat naar de Leidse hoogleraar psychologie Wagenaar ook enkele nieuwe getuigen-deskundigen opgeroepen. Deze herhaalde zijn twijfel over het onderzoek. Hij bestreed vooral de ‘schepnet-methode’ waarbij mogelijke slachtoffers door de politie telefonisch werden benaderd. Dr. Brouwer, hoogleraar in de psychologie van het collectief gedrag aan de Universiteit van Amsterdam, vertelde het hof dat er bij de gang vasn zaken in en om de Heldringstichtingen ‘zonneklaar sprake is van een collectief psychologisch verschijnsel’. Brouwer sluit niet uit dat er in deze zaak sprake is van ‘collectieve waan’. Aan het slot van de middag werden nog de Groningse psychologen Van der Meulen en Van der Uhm gehoord. Zij hebben in de jaren zeventig gewerkt aan een wetenschappelijk onderzoek over de inrichtingen in Zetten. De uitlating van van der Meulen dat hij er nooit iets van had gemerkt dat Finkensieper een omstreden persoon was, leidde tot tekenen van verontwaardiging in de zaal. Uit de antwoorden die hij de president van het hof gaf, bleek dat zijn onderzoek in feite beperkt is gebleven tot een zeer kleine groep meisjes. Na afloop van de zitting stevende de verdachte op Van der Meulen af om hem te bedanken. Annie Bijnoord later over deze psycholoog: ‘Zijn uitlatingen zijn om over je nek te gaan. Hij stond daar vooral om zijn eigen blunderen te verdedigen’ .
______________________________________________________

NRC HANDELSBLAD 7-5-1999

ECHT DOOD
Door: Frits Abrahams

Finkensieper dood. Toch een schok. Je was bijna vergeten dat mensen die door de samenleving doodverklaard zijn, ook werkelijk dood kunnen gaan.
Als er één naam gemengde gevoelens bij me oproept, is het wel die van Theo Finkensieper.
Ik heb hem negen jaar geleden tweemaal gesproken. Eenmaal om de voorwaarden voor een interview te bespreken, de tweede keer voor dat interview zelf. Het werden moeilijke uren met een man die de publiciteit als laatste kans zag om zijn reputatie te redden. Hij vocht als een leeuw. Eerst gaf hij een interview aan de televisie (Witteman) en toen aan NRC Handelsblad.
Zijn advocaat voelde er weinig voor, maar Finkensieper zette door. Hij vond dat hij niets meer te verliezen had. Achteraf heeft hij die beslissing betreurd. De interviews gaven hem bij het grote publiek een naam (tot dan toe was hij alleen als F. aangeduid) en een gezicht. Bovendien versterkten ze de twijfels over zijn verhaal.
Finkensieper, psychiater van beroep, heeft altijd ontkend dat hij als directeur van de jeugdpsychiatrische inrichting van Zetten meisjes seksueel heeft misbruikt. Hij vond dan ook dat hij ten onrechte zes jaar gevangenisstraf had gekregen. Zijn theorie was dat de meisjes na hun verblijf in Zetten wraak op hem hadden genomen, omdat hij hen als directeur te streng behandeld had.
Ik heb Finkensieper lang aangehoord en veel stukken over zijn zaak gelezen, maar hij kon mij niet overtuigen. Zijn verhaal had, om het zo maar eens aan te duiden, een te hoog Weinreb-gehalte.
Hij beweerde dat al zijn daden gericht waren geweest op het welzijn van de meisjes, maar tegelijk bleek dat hij vreemd was omgesprongen met zijn macht. Zoals Weinreb zich uitgaf voor arts en zijn vrouwelijke joodse cliënten lichamelijk onderzocht, zo stond Finkensieper erop dat meisjes zich uitkleedden voor onderzoek voordat hij hun vragen stelde over hun seksuele beleving.
Het stonk allemaal naar machtsmisbruik door iemand die zijn seksuele obsessies niet meer de baas was.
Die veroordeling kon ik dus wel begrijpen, maar met de hysterie van zijn tegenstanders kreeg ik steeds meer moeite. Een gevangenisstraf was in hun ogen niet voldoende, ‘het beest Finkensieper’ moest kapot. Er verschenen advertenties met zijn naam en adres, bij inbraken in zijn huis werden foto’s en brieven gestolen, en op posters in Nijmegen werd op zijn castratie aangedrongen.
Finkensieper zei tegen mij over die bejegening iets wat ik nooit ben vergeten: “Wat ik mensen kwalijk neem, is dat ze niet willen of kunnen zien dat een mens méér is dan zijn misdaad. Zelfs als ik het gedaan zou hebben, zelfs als ik gezegd zou hebben dat ik het gedaan had – dan nog ben je méér dan je misdaad. Je hoeft het iemand niet te vergeven, maar je moet wel zien dat ie méér is”.

(persoonlijke noot: naast alle vreselijke leugens die dr. F. heeft uitgesproken, heeft hij naar mijn idee deze ene keer de waarheid gesproken , E. Tina J.)

___________________________________________________________












[ terug... ]Omhoog

Maak vrienden

Mijn vrienden / buddies

poll bezoekers


http://www.machtsmisbruik.nu