- introductie
- gastenboek en Forum
- mededelingen!
- NIEUW! FORUM
- Wat is GOG?
- Waarom deze website?
- Gevolgen van GOG
- mijn verhaal
- mijn gedichten
- Machtsmisbruik Verwo
- WKGZ
- ontucht door gezag
- reglement PvP
- Protocol
- Het mag niet het mag
- A. Vandermeulen
- Doen wat je moet doe
- S. J. Spero
- training GOG
- M. Heemelaar
- Finkensieper pages
- onderzoeken/ studies
- boeken
- links
- GOG door hulpverl.
- GOG door hulpverl. 2
- GOG door hulpverl. 3
- GOG in past. rel.
- GOG in past. rel. 2
- GOG onderwijs
- GOG en werk
- infopagina extra
- infopagina extra 2
- infopagina extra 3
- infopagina recht
- infopagina recht 2
- infopagina recht 3
- info vakliteratuur
- medisch tuchtrecht
- therapie &relatie
- Tactiele Bevestiging
- ACT
- Wat zeggen zij?
- hechting
- daderprofiel
- weblog 1
- weblog 2
- weblog 3
- model-protocol
- research GOG
- LOTGENOTENGROEP
- teller
- poll website
Zoeken op de site:
» Tactiele Bevestigingstheorie en -therapievormen
6-11-2008
Om de gevaren binnen deze theorie en de aanverwante therapievormen te kunnen zien en onderkennen moet je ze kennen.
Het grootste gevaar ligt uiteraard in een incompetente en gestoorde hulpverlener die vanuit deze theorie werkt en handelt, maar dan nog is het van essentieel belang om er kennis van te hebben. Daarom dit speciale item over de Tactiele Bevestigingstheorie en -therapie.
E.Tina J.
Bron:
Karin Altena, 2006, scriptie opleiding bewegingsagogie en Psychomotorische Therapie.
Lichaamsgericht werken door middel van aanraken in de psychomotorische therapie
Bij kinderen met een hechtingsstoornis en licht verstandelijke handicap:
‘een glimlach, een aanraking ja, ik spreek mijn talen’
Ik haal de belangrijkste punten van het lichaamsgericht werken en de Tactiele Bevestigingstheorie in de praktijk naar voren. (E.Tina J.)
Het gaat hier om de praktijk van Psychomotorische Therapie bij kinderen tot 12 jaar met hechtingsstoornissen en een lichte verstandelijke handicap. Hierbij worden technieken en interventies toegepast vanuit de tactiele bevestigingstheorie.
Uitgaande van de principes van o.a. de hechtingstheorie van Bowbly:
- het belang van interactie tussen moeder en kind voor veilige hechting
- het belang van een sensitieve houding door de verzorger(s) t.o.v. het kind.
De theorie van Van Egmond (1987):
- het vermogen tot tweezaamheid is het onderhouden van een duurzame en wederkerige liefdevolle relatie met de ander.
De theorie van Richter (2002):
- sensitiviteit en responsiviteit van de ouder. Responsiviteit houdt in: op adequate wijze reageren op de signalen van het kind.
- de veilige gehechtheid is een ontwikkelingsopgave voor de eerste 2 levensjaren.
- een veilig ontwikkelde gehechtheid leidt tot een goed ontwikkeld zelfbeeld en de mogelijkheid om relaties aan te gaan en te onderhouden.
De reactieve hechtingsstoornis is de stoornis waarvan men uitgaat. De omschrijving van in de DSM-IV vermelde stoornis vind je elders.
Licht verstandelijk gehandicapte kinderen zijn minder goed in staat om hun behoeften uit te spreken. Dit kan leiden tot situaties van affectieve of lichamelijke verwaarlozing en een verstoorde hechting als gevolg.
Psychomotorische Therapie is een lichaamsgerichte therapie. Deze wordt ingezet om ‘bewegingssituaties te manipuleren in een therapeutisch context ‘ en richt zich op ‘correctieve emotionele belevingen en leerervaringen’ ,volgens het beroepsprofiel NVPMT, 1995.
Veldman (1985): Lichaamsgericht werken – het lichaam als ingang om andere aspecten van de mens te kunnen bereiken.
De Lange (1991) : Inhaalstrategie bij hechtingsgestoorde kinderen tot 9 jaar. Daarna neemt de kans op effecten af en wordt de sociale behoefte groter.
De schrijfster van deze scriptie verlegt de grenzen tot 12 jaar vanwege ontwikkelingsachterstand op sociaal-cognitief en emotioneel niveau.
Veldman (1985) Aanraking en gevoel/emoties zijn nauw verbonden. Aanraking leidt tot beweging en ontwikkeling.
Terruwe: (Vekeman , 2004) Bevestigingstheorie:
- het kind voelt zich veilig en aanvaard
- het kind ervaart zich meer in de wereld
- het kind ervaart welbevinden
- waardering en bevestiging zorgt voor eigenwaarde
Afwerend gedrag door het kind komt voort uit wantrouwen, angst om gekwetst te worden. Het gedrag wordt aangestuurd door zelfhandhaving.
Eerst moet een persoonlijke relatie worden opgebouwd tussen therapeut en cliënt. Men werkt van afstand naar nabijheid. De fysieke afstand wordt aanvankelijk door het kind bepaald, maar de therapeut neemt de stappen. Dit gebeurt echter vanuit respect en nooit vanuit een gedwongen lichamelijk contact.
E.Tina J.
__________________________________________________________
6-11-2008
Begrippenkader ITH Haptonomie
Uit het Beroepsprofiel
Tactiele bevestiging en rollen therapeut/cliënt
Aanraking:
In de huidige geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg gebruiken veel hulpverleners en therapeuten aanraking als een vorm van communicatie en therapie.
Binnen de haptotherapie staat de affectieve, ook wel helende aanraking centraal.
Aan deze aanraking worden voorwaarden gesteld. Zo moet de aanraking van de haptotherapeut:
a. ontmoetend zijn;
b. open zijn;
c. bedoeld zijn voor de ander, dus niet vragend zijn;
d. de ander doen zijn die hij in wezen is: dus bevestigend zijn;
e. respectvol zijn en nooit grensoverschrijdend voor de cliënt.
Affecten:
Dit zijn gevoelens, die, populair gesproken, warmte of koude brengen in ons hart. Het zijn gevoelens waarmee we gebonden zijn aan afzonderlijke mensen, dieren, planten, dingen, gedachten, inzichten, gebeurtenissen. Gebonden doordat we vanuit ons innerlijk die afzonderlijke zaken waarderen, positief of negatief.
Affectiviteit:
a. ontvankelijk zijn voor het innerlijk bewogen worden door dat wat van buitenaf komt;
b. toelaten in gevoel;
Bevestiging:
Bevestiging is niet minder en niet meer dan de ervaring "dat je mag zijn zoals je bent, met al je goede en kwade eigenschappen". Die ervaring kan je overkomen door een blik van de ander, door een woord, door een gebaar, door de openheid van de ander tegenover juist jou, door een aanraking.
De aanraking van de haptotherapeut wordt gekenmerkt door belangeloosheid van de therapeut en is in principe een bevestiging.
Door de bevestiging van een persoon groeit de openheid voor en de diepte van de affecten.
Contact:
Aanraking, verbinding, voeling.
Het wijst op wat er zich binnen een relatie aan verbinding, aan voeling voltrekt; aan feitelijk samengaan en samenzijn.
Dit samenzijn wordt (is) een zinvol samenzijn als de gemoedsbeleving niet ontbreekt.
Draagkracht:
Het vermogen tot dragen; dat wil zeggen de hoeveelheid last/belasting/spanning die iemand aankan zonder dat er sprake is van overbelasting.
Existentieel:
Betrekking hebbend op het menselijk bestaan als zodanig, zoals het beleefd wordt.
Fenomenen:
Algemeen: verschijnselen
In de haptonomie: verschijnselen/mogelijkheden tot aanvoelen, invoelen, doorvoelen, meevoelen, eens-voelen, éénvoelen.
Haptisch:
De tastzin en het gevoel betreffend.
Haptonomie:
De theorie van het gevoel en het gevoelsleven, die de nabijheids-, aanrakings- en gevoelsaspecten bestudeert van menselijke affectieve relaties (het Griekse woord "hapsis" betekent "tast" ; "nomos" verwijst naar "regels, wetten").
Haptotherapie:
Een therapeutische begeleiding binnen een professioneel kader in situaties waarin er sprake is van een achtergebleven en/of geblokkeerde ontplooiing van de mens door het ontbreken van of een tekort aan bevestigende stimuli in het samenspel met zijn omgeving.
Ontmoeting:
Een ontmoeting (volgens Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal) bestaat uit:
a. elkaar tegenkomen;
b. elkaar zien;
c. tot elkaar spreken en naar elkaar luisteren;
d. elkaar iets aandoen (positief/negatief).
In een ontmoeting gebeurt iets, wordt iets ervaren.
De essentie van de haptotherapeutische ontmoeting is, dat deze structuurbepalend kan zijn voor het leven van een mens en invloed heeft op het "zijn" van iemand.
Een aantal elementen/kernwoorden speelt hierin een belangrijke rol:
- onvoorwaardelijkheid/vrij van eigenbelang
- wisselwerking
- ruimte
- openheid
- respect/de ander in zijn waarde laten
In de haptotherapeutische ontmoeting is er meer informatie dan uitsluitend het gesproken woord. Als de ervaring van de ontmoeting verwerkt is, komen er pas woorden voor.
Woorden zijn dan secundair.
Relatie:
De betrekking waarin mensen, dingen, eigenschappen of begrippen tot elkaar staan.
Tasten:
Voelen in de zin van gewaarworden (volgens van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal).
Veerkracht:
Vermogen tot herstel, rekbaarheid zonder dat daarbij een grens overschreden wordt die aanleiding kan geven tot klachten en/of problemen (volgens van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal).
________________________________________________________
6-11-2008
BEVESTIGINGSLEER
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De bevestigingsleer is een psychiatrische en psychologische theorie die is ontwikkeld door de Nederlandse psychiater Anna Terruwe. De theorie laat zich misschien het best omschrijven in haar eigen woorden: "Mensen die elkaars goed-zijn schouwen, laten elkaar het goede voelen".
In 1949 promoveerde Terruwe op het proefschrift De neurose in het licht der rationele psychologie. Hierin ging zij in op de theorieën van Sigmund Freud, die stelde dat het grootste deel van het menselijk gedrag door seksuele driften wordt bepaald en dat neurosen ontstaan door het onderdrukken daarvan. Terruwe nuanceerde dit door te stellen dat veel negatief gedrag en veel neurosen te verklaren zijn door verwaarlozing in de jeugd en dat de mens, als sociaal wezen, dringend behoefte heeft aan bevestiging en onbaatzuchtige liefde. Een gebrek aan bevestiging leidt volgens Terruwe tot frustratieneurose en 'zelfbevestigend' compensatiegedrag, bijvoorbeeld verslaving of materialisme. De kern van het helingsproces is dan ook het hervinden van de eigenwaarde door wederzijdse bevestiging. Door het goede in elkaar te zien en elkaar hierin te bevestigen, ontstaat vertrouwen en het vermogen om liefde te geven.
Freud was als atheïst van mening dat geloof en kerk tot verdringing van driften zouden leiden. Terruwe, die katholiek was, meende echter dat er wel degelijk bevestiging in het geloof te vinden was. Verder stelde ze dat seksualiteit en liefde twee verschillende dingen waren en dat een conflict hiertussen of verdringing ervan tot ernstige problemen kon leiden. Dit laatste is in strijd met de leer van de Rooms-katholieke Kerk. Aangezien zij enige priesters en kloosterlingen onder haar cliënten had die met problemen van seksuele aard kampten, kwam ze in conflict met het Vaticaan. Ze mocht lange tijd geen geestelijken meer behandelen, maar in 1965 werd ze gerehabililiteerd.
Studie: 'Relatie als instrument van genezing', door S. van de Berkt, Kerkrade, januari 2000. In deze studie wordt ingegaan op de bevestigingsleer van de zenuwarts Dr. Anna Terruwe in het perspectief van het theologisch-personalistisch denken van Maurice Zundel osb. De weerhoudende liefde werkt genezend naar de ander toe, die nood ervaart, door middel van een (plaatsvervangende) affectieve band die ontstaan kan. Het is de positieve bevestiging die relationeel ervaarbaar wordt. Relatie kan dan een instrument van genezing zijn of worden.
Bronnen, noten en/of referenties:
• Relatie als instrument van genezing, S. van de Berkt (PDF-document)
• Relatie als instrument van genezing, S. van de Berkt (HTML-document)
http://www.12accede.nl/Relatie-instrument-van-genezing.pdf
http://www.clubs.nl/community/default.asp?clubid=73185
(laatste link is 'vrienden van Terruwe')
_________________________________________________________
ANNA TERRUWE
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dr. dr.h.c. Anna Alberdina Anthoinetta Terruwe (Vierlingsbeek, 19 augustus 1911 - Deurne, 28 april 2004) was psychiater en werd landelijk bekend en berucht om de door haar ontwikkelde bevestigingsleer.
Anna Terruwe werd geboren als dochter van koopman Johannes Th. Terruwe (1885-1950) en diens echtgenote Catharina Th.E.H. Korbmacher (1881-1969), een verloskundige. In 1913 kreeg Anna er een broertje bij, de latere priester Johannes E.A. Terruwe († 1989). In 1921 verhuisde het gezin van Vierlingsbeek naar Deurne, waar de familie te midden van welgestelde families in een herenhuis aan de Stationslaan ging wonen. In dit huis zou Anna Terruwe tot haar dood blijven wonen. Beide grootmoeders woonden eveneens in Deurne. Anna zelf bleef ongetrouwd en kinderloos.
Inhoud
Affaire Terruwe
Anna Terruwe verbleef tussen 1923 en 1929 in Eindhoven, en in 1930 vertrok ze naar Utrecht, vermoedelijk om te studeren. Met haar bevestigingsleer kwam ze in botsing met de Rooms-Katholieke Kerk. Zij zou religieuzen met seksuele problemen hebben geadviseerd om zelfbevrediging toe te passen, toen in gangbare moraal een verschrikkelijke doodzonde. Het werd door ingrijpen van Rome aan priesterstudenten verboden nog langer 'katholieke vrouwelijke psychiaters' (d.w.z. Terruwe) te bezoeken. In 1965 werd ze gerehabiliteerd eerst door kardinaal Bernardus Alfrink, later ook door het Vaticaan zelf. Haar inspirator, de Nijmeegse pater redemptorist, rechtsgeleerde en moraaltheoloog prof. Willem Duynstee werd naar Rome verbannen maar mocht uiteindelijk naar Nederland terugkeren. Volgens geruchten zou Duynstee zelfs genomineerd zijn geweest om van paus Paulus VI als ultieme rehabilitatie de kardinaalshoed te krijgen. Duynstee overleed echter plotseling in 1968. Terruwe is meer dan eens door Paulus VI in privé-audiëntie ontvangen. Bij haar dood wijdde de Osservatore Romano, spreekbuis van het Vaticaan, lovende aandacht aan de hoogbejaarde psychiater en haar bevestigingsleer. Terruwe heeft in haar tijd sterk geleden onder de jaren van wantrouwen en afwijzing door Rome. In kleine kring verspreidde zij haar boekje Opening van zaken; zij was verbaasd dat het boekje uiteindelijk toch de weg naar de media vond. Desondanks bleef zij een solide supporter van haar Kerk. Zij ging niet mee met degenen in haar kerk die in zaken als het priestercelibaat of de geboortebeperking voor grotere vrijheid ijverden.
Na haar dood
Vlak na haar dood kwam de bundel Bevestiging - erfdeel en opdracht, Anna Terruwe uit, onder redactie van de Vlaamse prof. Herman Vekeman (uitgeverij Damon), waar vele sympathisanten aan hebben meegewerkt. Zij is inmiddels uitgegroeid tot een goeroe, met enerzijds grote bewonderaars en anderzijds mensen die er niets van moeten hebben.
De Radboud Universiteit Nijmegen stelde in 2006 een Anna Terruwe-prijs beschikbaar voor scripties over de bevestingingsleer.[1]
Op 13 september 2008 werd in de Sint-Willibrorduskerk te Deurne een gedenkteken voor haar onthuld op initiatief van de werkgroep Terruwe Gedenkteken en het bestuur van de dr. Anna Terruwe Stichting.[2] Ook zal daar een pleintje op de hoek van de Schuifelenberg en Stationsstraat naar haar worden vernoemd.
______________________________________________________
6-11-2008
Bron: Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds - Scriptieprijs
http://www.ru.nl/snuf/voorzieningen/scriptieprijs-dr/bevestigingsleer/
Bevestigingsleer
Algemeen
Dr Terruwe (1911-2004) was het grootste deel van haar leven vrijgevestigd psychiater te Nijmegen. Vanuit haar psychiatrische praktijk ontwikkelde zij in de jaren vijftig de zogeheten ‘bevestigingsleer’, een theorie die haaks stond op het in de psychiatrie dominante – Freudiaanse - mensbeeld. Kerngedachte van de door Terruwe ontwikkelde ‘bevestigingsleer’ is dat elk mens bevestiging nodig heeft om ten volle mens te worden en daarvoor is aangewezen op intermenselijk contact. Hoewel de bevestigingsleer werd ontwikkeld vanuit en ten behoeve van de therapeutische praktijk, werd al spoedig duidelijk dat de notie ‘bevestiging’ een veel breder bereik had dan de praktische en theoretische psychologie. In de jaren zeventig kon dr. Terruwe rekenen op grote belangstelling vanuit de samenleving en diverse wetenschapsgebieden.
De in 1981 opgerichte Dr Terruwe Stichting zet zich in om het gedachtegoed van dr. Terruwe in brede zin te laten voort leven en te bevorderen. De nu ingestelde scriptieprijs – die jaarlijks zal worden toegekend – is een van de uitwerkingen daarvan aan de RU Nijmegen.
Bevestigingsleer
Het werk van dr Terruwe uitmondend in deze bevestigingsleer, kan in drie punten worden samengevat. In de eerste plaats is dr Terruwe de eerste geweest, die op basis van jarenlang feitelijk onderzoek als zenuwarts metterdaad langs wetenschappelijke weg heeft vastgesteld, dat mensen door het streven naar zelfbevestiging zó met zichzelf en met anderen ‘in de knoop’ kunnen raken, dat een neurotische misvorming van een geheel eigen aard op treedt. Ze heeft die misvorming zorgvuldig in haar verschijningsvormen vastgesteld en derhalve als eerste de ‘frustratieneurose’ nauwkeurig beschreven.
In de tweede plaats heeft zij, en dat van (nog) grotere betekenis, de moed en de wijsheid gehad die empirische gegevens door te trekken en als bouwstenen te gebruiken voor een doelbewuste genezende therapie. Zij had immers door eigen onderzoek nu het wetenschappelijk bewijs in handen gekregen van de juistheid van haar eigen hypothese, dat mensen van jongs af aan bevestiging ook metterdaad nódig hebben . Bevestiging werd daarmee en daardoor voor haar zeer terecht tot een ‘ja’ zonder welk niemand gelukkig kan worden; tot een beslissend goed om niet alleen fysisch, maar ook psychisch en geestelijk tot een volwaardig mens te kunnen uitgroeien. Op dat inzicht voortbouwend kon voor haar het vermogen tot ‘weerhoudende liefde’ ook tot toets worden van waarachtige menselijkheid.
Maar er is nog een derde unieke bijdrage van dr Terruwe te noemen. Het is verscholen in haar fundamentele -latere- inzicht, dat ook een menselijke samenleving als gehéél fundamenteel kan scheefgroeien door het streven naar zelfbevestiging. Een samenleving is in dat geval primair gericht op eigen grootheid, machtsvertoon, of op een volgehouden consumentisme als lonkende illusies van geluk. Maar juist daarom vervalt ze er tegelijkertijd zo gemakkelijk welhaast automatisch toe andere mensen en samenlevingen als inferieur te zien en denigrerend te behandelen. De zo vaak voorkomende samenhangen tussen zichzelf voortjagen en anderen (of het andere) op enigerlei wijze wegstoten- ze zijn door dr Terruwe op tal van wijzen geduldig aangetoond, maar ook blootgelegd naar hun diepste, menselijke kern.
________________________________________________________
6-11-2008
Enkele persoonlijke aantekeningen ter overweging:
1- Enkele grondleggers van deze theorie- en therapie hebben een zeer twijfelachtige reputatie. De vraag is of je elementen van of een gehele theorie wilt toepassen met een dergelijke achtergrond.
2- Er zijn elementen in de theorie en therapiemethoden die positief zijn naar mijn mening. Ik geloof in de kracht van aanraking en ik geloof ook in de achterliggende theorie van o.a. Bowbly over de hechtingsstoornissen. Echter, in hoeverre en op welke wijze valt dit op verantwoorde en effectieve wijze in te passen in een therapie?
3- Is de therapeut de gewezen persoon om de verstoorde hechtingsstoornis d.m.v. tactiele bevestigingstechnieken te herstellen? Is het niet beter om hier personen in de directe relatiesfeer van de cliënt voor aan te wijzen?
4- Intimiteit en basisveiligheid kan evengoed op verbale wijze tot stand gebracht worden in een stabiele, voorspelbare en veilige therapiesetting binnen een therapeutische relatie. Daar hoeft geen aanraking bij te pas te komen.
5- Gemiste kansen om een veilige hechting te ontwikkeling zijn na de kindertijd niet meer in te halen.
6- Deze theorie en therapie trekt 'foute hulpverleners' aan.
7- empathie wordt snel verward met tegenoverdracht en projectieverschijnselen. Het belang van de cliënt wordt belang van de therapeut.
8- De grens tussen aanraken als therapeutische interventie en aanraken als GOG is zeer moeilijk te bepalen wanneer het gaat over masseren en andere duidelijke aanrakingen.
9- (Licht) verstandelijk gehandicapten zijn niet zo goed in het verwoordewn van hun behoeften. Hoe snel worden de inhouden van die behoeften door de therapeut ingevuld en hoe snel ontstaat er een situatie dat het kind niet in staat is om zijn grenzen aan te geven?
10- Kinderen/volwassenen met een seksueel misbruik verleden zouden altijd moeten worden uitgesloten van een dergelijke interventie, mits er vooraf duidelijke afspraken over zijn gemaakt, schriftelijk vastgelegd, helder omschreven en door cliënt ondertekend.
11- Er is een verschil tussen aanrakingen tijdens de therapie en Tactiele Bevestiging.
12- Er is ook een verschil tussen Tactiele Bevestiging en GOG. De vraag is: waar ligt de grens en wie bepaalt dat?
E.Tina J.
[ terug... ]
Om de gevaren binnen deze theorie en de aanverwante therapievormen te kunnen zien en onderkennen moet je ze kennen.
Het grootste gevaar ligt uiteraard in een incompetente en gestoorde hulpverlener die vanuit deze theorie werkt en handelt, maar dan nog is het van essentieel belang om er kennis van te hebben. Daarom dit speciale item over de Tactiele Bevestigingstheorie en -therapie.
E.Tina J.
Bron:
Karin Altena, 2006, scriptie opleiding bewegingsagogie en Psychomotorische Therapie.
Lichaamsgericht werken door middel van aanraken in de psychomotorische therapie
Bij kinderen met een hechtingsstoornis en licht verstandelijke handicap:
‘een glimlach, een aanraking ja, ik spreek mijn talen’
Ik haal de belangrijkste punten van het lichaamsgericht werken en de Tactiele Bevestigingstheorie in de praktijk naar voren. (E.Tina J.)
Het gaat hier om de praktijk van Psychomotorische Therapie bij kinderen tot 12 jaar met hechtingsstoornissen en een lichte verstandelijke handicap. Hierbij worden technieken en interventies toegepast vanuit de tactiele bevestigingstheorie.
Uitgaande van de principes van o.a. de hechtingstheorie van Bowbly:
- het belang van interactie tussen moeder en kind voor veilige hechting
- het belang van een sensitieve houding door de verzorger(s) t.o.v. het kind.
De theorie van Van Egmond (1987):
- het vermogen tot tweezaamheid is het onderhouden van een duurzame en wederkerige liefdevolle relatie met de ander.
De theorie van Richter (2002):
- sensitiviteit en responsiviteit van de ouder. Responsiviteit houdt in: op adequate wijze reageren op de signalen van het kind.
- de veilige gehechtheid is een ontwikkelingsopgave voor de eerste 2 levensjaren.
- een veilig ontwikkelde gehechtheid leidt tot een goed ontwikkeld zelfbeeld en de mogelijkheid om relaties aan te gaan en te onderhouden.
De reactieve hechtingsstoornis is de stoornis waarvan men uitgaat. De omschrijving van in de DSM-IV vermelde stoornis vind je elders.
Licht verstandelijk gehandicapte kinderen zijn minder goed in staat om hun behoeften uit te spreken. Dit kan leiden tot situaties van affectieve of lichamelijke verwaarlozing en een verstoorde hechting als gevolg.
Psychomotorische Therapie is een lichaamsgerichte therapie. Deze wordt ingezet om ‘bewegingssituaties te manipuleren in een therapeutisch context ‘ en richt zich op ‘correctieve emotionele belevingen en leerervaringen’ ,volgens het beroepsprofiel NVPMT, 1995.
Veldman (1985): Lichaamsgericht werken – het lichaam als ingang om andere aspecten van de mens te kunnen bereiken.
De Lange (1991) : Inhaalstrategie bij hechtingsgestoorde kinderen tot 9 jaar. Daarna neemt de kans op effecten af en wordt de sociale behoefte groter.
De schrijfster van deze scriptie verlegt de grenzen tot 12 jaar vanwege ontwikkelingsachterstand op sociaal-cognitief en emotioneel niveau.
Veldman (1985) Aanraking en gevoel/emoties zijn nauw verbonden. Aanraking leidt tot beweging en ontwikkeling.
Terruwe: (Vekeman , 2004) Bevestigingstheorie:
- het kind voelt zich veilig en aanvaard
- het kind ervaart zich meer in de wereld
- het kind ervaart welbevinden
- waardering en bevestiging zorgt voor eigenwaarde
Afwerend gedrag door het kind komt voort uit wantrouwen, angst om gekwetst te worden. Het gedrag wordt aangestuurd door zelfhandhaving.
Eerst moet een persoonlijke relatie worden opgebouwd tussen therapeut en cliënt. Men werkt van afstand naar nabijheid. De fysieke afstand wordt aanvankelijk door het kind bepaald, maar de therapeut neemt de stappen. Dit gebeurt echter vanuit respect en nooit vanuit een gedwongen lichamelijk contact.
E.Tina J.
__________________________________________________________
6-11-2008
Begrippenkader ITH Haptonomie
Uit het Beroepsprofiel
Tactiele bevestiging en rollen therapeut/cliënt
Aanraking:
In de huidige geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg gebruiken veel hulpverleners en therapeuten aanraking als een vorm van communicatie en therapie.
Binnen de haptotherapie staat de affectieve, ook wel helende aanraking centraal.
Aan deze aanraking worden voorwaarden gesteld. Zo moet de aanraking van de haptotherapeut:
a. ontmoetend zijn;
b. open zijn;
c. bedoeld zijn voor de ander, dus niet vragend zijn;
d. de ander doen zijn die hij in wezen is: dus bevestigend zijn;
e. respectvol zijn en nooit grensoverschrijdend voor de cliënt.
Affecten:
Dit zijn gevoelens, die, populair gesproken, warmte of koude brengen in ons hart. Het zijn gevoelens waarmee we gebonden zijn aan afzonderlijke mensen, dieren, planten, dingen, gedachten, inzichten, gebeurtenissen. Gebonden doordat we vanuit ons innerlijk die afzonderlijke zaken waarderen, positief of negatief.
Affectiviteit:
a. ontvankelijk zijn voor het innerlijk bewogen worden door dat wat van buitenaf komt;
b. toelaten in gevoel;
Bevestiging:
Bevestiging is niet minder en niet meer dan de ervaring "dat je mag zijn zoals je bent, met al je goede en kwade eigenschappen". Die ervaring kan je overkomen door een blik van de ander, door een woord, door een gebaar, door de openheid van de ander tegenover juist jou, door een aanraking.
De aanraking van de haptotherapeut wordt gekenmerkt door belangeloosheid van de therapeut en is in principe een bevestiging.
Door de bevestiging van een persoon groeit de openheid voor en de diepte van de affecten.
Contact:
Aanraking, verbinding, voeling.
Het wijst op wat er zich binnen een relatie aan verbinding, aan voeling voltrekt; aan feitelijk samengaan en samenzijn.
Dit samenzijn wordt (is) een zinvol samenzijn als de gemoedsbeleving niet ontbreekt.
Draagkracht:
Het vermogen tot dragen; dat wil zeggen de hoeveelheid last/belasting/spanning die iemand aankan zonder dat er sprake is van overbelasting.
Existentieel:
Betrekking hebbend op het menselijk bestaan als zodanig, zoals het beleefd wordt.
Fenomenen:
Algemeen: verschijnselen
In de haptonomie: verschijnselen/mogelijkheden tot aanvoelen, invoelen, doorvoelen, meevoelen, eens-voelen, éénvoelen.
Haptisch:
De tastzin en het gevoel betreffend.
Haptonomie:
De theorie van het gevoel en het gevoelsleven, die de nabijheids-, aanrakings- en gevoelsaspecten bestudeert van menselijke affectieve relaties (het Griekse woord "hapsis" betekent "tast" ; "nomos" verwijst naar "regels, wetten").
Haptotherapie:
Een therapeutische begeleiding binnen een professioneel kader in situaties waarin er sprake is van een achtergebleven en/of geblokkeerde ontplooiing van de mens door het ontbreken van of een tekort aan bevestigende stimuli in het samenspel met zijn omgeving.
Ontmoeting:
Een ontmoeting (volgens Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal) bestaat uit:
a. elkaar tegenkomen;
b. elkaar zien;
c. tot elkaar spreken en naar elkaar luisteren;
d. elkaar iets aandoen (positief/negatief).
In een ontmoeting gebeurt iets, wordt iets ervaren.
De essentie van de haptotherapeutische ontmoeting is, dat deze structuurbepalend kan zijn voor het leven van een mens en invloed heeft op het "zijn" van iemand.
Een aantal elementen/kernwoorden speelt hierin een belangrijke rol:
- onvoorwaardelijkheid/vrij van eigenbelang
- wisselwerking
- ruimte
- openheid
- respect/de ander in zijn waarde laten
In de haptotherapeutische ontmoeting is er meer informatie dan uitsluitend het gesproken woord. Als de ervaring van de ontmoeting verwerkt is, komen er pas woorden voor.
Woorden zijn dan secundair.
Relatie:
De betrekking waarin mensen, dingen, eigenschappen of begrippen tot elkaar staan.
Tasten:
Voelen in de zin van gewaarworden (volgens van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal).
Veerkracht:
Vermogen tot herstel, rekbaarheid zonder dat daarbij een grens overschreden wordt die aanleiding kan geven tot klachten en/of problemen (volgens van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal).
________________________________________________________
6-11-2008
BEVESTIGINGSLEER
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De bevestigingsleer is een psychiatrische en psychologische theorie die is ontwikkeld door de Nederlandse psychiater Anna Terruwe. De theorie laat zich misschien het best omschrijven in haar eigen woorden: "Mensen die elkaars goed-zijn schouwen, laten elkaar het goede voelen".
In 1949 promoveerde Terruwe op het proefschrift De neurose in het licht der rationele psychologie. Hierin ging zij in op de theorieën van Sigmund Freud, die stelde dat het grootste deel van het menselijk gedrag door seksuele driften wordt bepaald en dat neurosen ontstaan door het onderdrukken daarvan. Terruwe nuanceerde dit door te stellen dat veel negatief gedrag en veel neurosen te verklaren zijn door verwaarlozing in de jeugd en dat de mens, als sociaal wezen, dringend behoefte heeft aan bevestiging en onbaatzuchtige liefde. Een gebrek aan bevestiging leidt volgens Terruwe tot frustratieneurose en 'zelfbevestigend' compensatiegedrag, bijvoorbeeld verslaving of materialisme. De kern van het helingsproces is dan ook het hervinden van de eigenwaarde door wederzijdse bevestiging. Door het goede in elkaar te zien en elkaar hierin te bevestigen, ontstaat vertrouwen en het vermogen om liefde te geven.
Freud was als atheïst van mening dat geloof en kerk tot verdringing van driften zouden leiden. Terruwe, die katholiek was, meende echter dat er wel degelijk bevestiging in het geloof te vinden was. Verder stelde ze dat seksualiteit en liefde twee verschillende dingen waren en dat een conflict hiertussen of verdringing ervan tot ernstige problemen kon leiden. Dit laatste is in strijd met de leer van de Rooms-katholieke Kerk. Aangezien zij enige priesters en kloosterlingen onder haar cliënten had die met problemen van seksuele aard kampten, kwam ze in conflict met het Vaticaan. Ze mocht lange tijd geen geestelijken meer behandelen, maar in 1965 werd ze gerehabililiteerd.
Studie: 'Relatie als instrument van genezing', door S. van de Berkt, Kerkrade, januari 2000. In deze studie wordt ingegaan op de bevestigingsleer van de zenuwarts Dr. Anna Terruwe in het perspectief van het theologisch-personalistisch denken van Maurice Zundel osb. De weerhoudende liefde werkt genezend naar de ander toe, die nood ervaart, door middel van een (plaatsvervangende) affectieve band die ontstaan kan. Het is de positieve bevestiging die relationeel ervaarbaar wordt. Relatie kan dan een instrument van genezing zijn of worden.
Bronnen, noten en/of referenties:
• Relatie als instrument van genezing, S. van de Berkt (PDF-document)
• Relatie als instrument van genezing, S. van de Berkt (HTML-document)
http://www.12accede.nl/Relatie-instrument-van-genezing.pdf
http://www.clubs.nl/community/default.asp?clubid=73185
(laatste link is 'vrienden van Terruwe')
_________________________________________________________
ANNA TERRUWE
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dr. dr.h.c. Anna Alberdina Anthoinetta Terruwe (Vierlingsbeek, 19 augustus 1911 - Deurne, 28 april 2004) was psychiater en werd landelijk bekend en berucht om de door haar ontwikkelde bevestigingsleer.
Anna Terruwe werd geboren als dochter van koopman Johannes Th. Terruwe (1885-1950) en diens echtgenote Catharina Th.E.H. Korbmacher (1881-1969), een verloskundige. In 1913 kreeg Anna er een broertje bij, de latere priester Johannes E.A. Terruwe († 1989). In 1921 verhuisde het gezin van Vierlingsbeek naar Deurne, waar de familie te midden van welgestelde families in een herenhuis aan de Stationslaan ging wonen. In dit huis zou Anna Terruwe tot haar dood blijven wonen. Beide grootmoeders woonden eveneens in Deurne. Anna zelf bleef ongetrouwd en kinderloos.
Inhoud
Affaire Terruwe
Anna Terruwe verbleef tussen 1923 en 1929 in Eindhoven, en in 1930 vertrok ze naar Utrecht, vermoedelijk om te studeren. Met haar bevestigingsleer kwam ze in botsing met de Rooms-Katholieke Kerk. Zij zou religieuzen met seksuele problemen hebben geadviseerd om zelfbevrediging toe te passen, toen in gangbare moraal een verschrikkelijke doodzonde. Het werd door ingrijpen van Rome aan priesterstudenten verboden nog langer 'katholieke vrouwelijke psychiaters' (d.w.z. Terruwe) te bezoeken. In 1965 werd ze gerehabiliteerd eerst door kardinaal Bernardus Alfrink, later ook door het Vaticaan zelf. Haar inspirator, de Nijmeegse pater redemptorist, rechtsgeleerde en moraaltheoloog prof. Willem Duynstee werd naar Rome verbannen maar mocht uiteindelijk naar Nederland terugkeren. Volgens geruchten zou Duynstee zelfs genomineerd zijn geweest om van paus Paulus VI als ultieme rehabilitatie de kardinaalshoed te krijgen. Duynstee overleed echter plotseling in 1968. Terruwe is meer dan eens door Paulus VI in privé-audiëntie ontvangen. Bij haar dood wijdde de Osservatore Romano, spreekbuis van het Vaticaan, lovende aandacht aan de hoogbejaarde psychiater en haar bevestigingsleer. Terruwe heeft in haar tijd sterk geleden onder de jaren van wantrouwen en afwijzing door Rome. In kleine kring verspreidde zij haar boekje Opening van zaken; zij was verbaasd dat het boekje uiteindelijk toch de weg naar de media vond. Desondanks bleef zij een solide supporter van haar Kerk. Zij ging niet mee met degenen in haar kerk die in zaken als het priestercelibaat of de geboortebeperking voor grotere vrijheid ijverden.
Na haar dood
Vlak na haar dood kwam de bundel Bevestiging - erfdeel en opdracht, Anna Terruwe uit, onder redactie van de Vlaamse prof. Herman Vekeman (uitgeverij Damon), waar vele sympathisanten aan hebben meegewerkt. Zij is inmiddels uitgegroeid tot een goeroe, met enerzijds grote bewonderaars en anderzijds mensen die er niets van moeten hebben.
De Radboud Universiteit Nijmegen stelde in 2006 een Anna Terruwe-prijs beschikbaar voor scripties over de bevestingingsleer.[1]
Op 13 september 2008 werd in de Sint-Willibrorduskerk te Deurne een gedenkteken voor haar onthuld op initiatief van de werkgroep Terruwe Gedenkteken en het bestuur van de dr. Anna Terruwe Stichting.[2] Ook zal daar een pleintje op de hoek van de Schuifelenberg en Stationsstraat naar haar worden vernoemd.
______________________________________________________
6-11-2008
Bron: Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds - Scriptieprijs
http://www.ru.nl/snuf/voorzieningen/scriptieprijs-dr/bevestigingsleer/
Bevestigingsleer
Algemeen
Dr Terruwe (1911-2004) was het grootste deel van haar leven vrijgevestigd psychiater te Nijmegen. Vanuit haar psychiatrische praktijk ontwikkelde zij in de jaren vijftig de zogeheten ‘bevestigingsleer’, een theorie die haaks stond op het in de psychiatrie dominante – Freudiaanse - mensbeeld. Kerngedachte van de door Terruwe ontwikkelde ‘bevestigingsleer’ is dat elk mens bevestiging nodig heeft om ten volle mens te worden en daarvoor is aangewezen op intermenselijk contact. Hoewel de bevestigingsleer werd ontwikkeld vanuit en ten behoeve van de therapeutische praktijk, werd al spoedig duidelijk dat de notie ‘bevestiging’ een veel breder bereik had dan de praktische en theoretische psychologie. In de jaren zeventig kon dr. Terruwe rekenen op grote belangstelling vanuit de samenleving en diverse wetenschapsgebieden.
De in 1981 opgerichte Dr Terruwe Stichting zet zich in om het gedachtegoed van dr. Terruwe in brede zin te laten voort leven en te bevorderen. De nu ingestelde scriptieprijs – die jaarlijks zal worden toegekend – is een van de uitwerkingen daarvan aan de RU Nijmegen.
Bevestigingsleer
Het werk van dr Terruwe uitmondend in deze bevestigingsleer, kan in drie punten worden samengevat. In de eerste plaats is dr Terruwe de eerste geweest, die op basis van jarenlang feitelijk onderzoek als zenuwarts metterdaad langs wetenschappelijke weg heeft vastgesteld, dat mensen door het streven naar zelfbevestiging zó met zichzelf en met anderen ‘in de knoop’ kunnen raken, dat een neurotische misvorming van een geheel eigen aard op treedt. Ze heeft die misvorming zorgvuldig in haar verschijningsvormen vastgesteld en derhalve als eerste de ‘frustratieneurose’ nauwkeurig beschreven.
In de tweede plaats heeft zij, en dat van (nog) grotere betekenis, de moed en de wijsheid gehad die empirische gegevens door te trekken en als bouwstenen te gebruiken voor een doelbewuste genezende therapie. Zij had immers door eigen onderzoek nu het wetenschappelijk bewijs in handen gekregen van de juistheid van haar eigen hypothese, dat mensen van jongs af aan bevestiging ook metterdaad nódig hebben . Bevestiging werd daarmee en daardoor voor haar zeer terecht tot een ‘ja’ zonder welk niemand gelukkig kan worden; tot een beslissend goed om niet alleen fysisch, maar ook psychisch en geestelijk tot een volwaardig mens te kunnen uitgroeien. Op dat inzicht voortbouwend kon voor haar het vermogen tot ‘weerhoudende liefde’ ook tot toets worden van waarachtige menselijkheid.
Maar er is nog een derde unieke bijdrage van dr Terruwe te noemen. Het is verscholen in haar fundamentele -latere- inzicht, dat ook een menselijke samenleving als gehéél fundamenteel kan scheefgroeien door het streven naar zelfbevestiging. Een samenleving is in dat geval primair gericht op eigen grootheid, machtsvertoon, of op een volgehouden consumentisme als lonkende illusies van geluk. Maar juist daarom vervalt ze er tegelijkertijd zo gemakkelijk welhaast automatisch toe andere mensen en samenlevingen als inferieur te zien en denigrerend te behandelen. De zo vaak voorkomende samenhangen tussen zichzelf voortjagen en anderen (of het andere) op enigerlei wijze wegstoten- ze zijn door dr Terruwe op tal van wijzen geduldig aangetoond, maar ook blootgelegd naar hun diepste, menselijke kern.
________________________________________________________
6-11-2008
Enkele persoonlijke aantekeningen ter overweging:
1- Enkele grondleggers van deze theorie- en therapie hebben een zeer twijfelachtige reputatie. De vraag is of je elementen van of een gehele theorie wilt toepassen met een dergelijke achtergrond.
2- Er zijn elementen in de theorie en therapiemethoden die positief zijn naar mijn mening. Ik geloof in de kracht van aanraking en ik geloof ook in de achterliggende theorie van o.a. Bowbly over de hechtingsstoornissen. Echter, in hoeverre en op welke wijze valt dit op verantwoorde en effectieve wijze in te passen in een therapie?
3- Is de therapeut de gewezen persoon om de verstoorde hechtingsstoornis d.m.v. tactiele bevestigingstechnieken te herstellen? Is het niet beter om hier personen in de directe relatiesfeer van de cliënt voor aan te wijzen?
4- Intimiteit en basisveiligheid kan evengoed op verbale wijze tot stand gebracht worden in een stabiele, voorspelbare en veilige therapiesetting binnen een therapeutische relatie. Daar hoeft geen aanraking bij te pas te komen.
5- Gemiste kansen om een veilige hechting te ontwikkeling zijn na de kindertijd niet meer in te halen.
6- Deze theorie en therapie trekt 'foute hulpverleners' aan.
7- empathie wordt snel verward met tegenoverdracht en projectieverschijnselen. Het belang van de cliënt wordt belang van de therapeut.
8- De grens tussen aanraken als therapeutische interventie en aanraken als GOG is zeer moeilijk te bepalen wanneer het gaat over masseren en andere duidelijke aanrakingen.
9- (Licht) verstandelijk gehandicapten zijn niet zo goed in het verwoordewn van hun behoeften. Hoe snel worden de inhouden van die behoeften door de therapeut ingevuld en hoe snel ontstaat er een situatie dat het kind niet in staat is om zijn grenzen aan te geven?
10- Kinderen/volwassenen met een seksueel misbruik verleden zouden altijd moeten worden uitgesloten van een dergelijke interventie, mits er vooraf duidelijke afspraken over zijn gemaakt, schriftelijk vastgelegd, helder omschreven en door cliënt ondertekend.
11- Er is een verschil tussen aanrakingen tijdens de therapie en Tactiele Bevestiging.
12- Er is ook een verschil tussen Tactiele Bevestiging en GOG. De vraag is: waar ligt de grens en wie bepaalt dat?
E.Tina J.
[ terug... ]

Maak vrienden
-
Wil je vrienden worden met machtsmisbruik?
Voeg toe als vriend...
Mijn vrienden / buddies
-
probleemoplossing(1)
sammm(1)
poll bezoekers
- Poll: Type bezoekers?
Tussenstand:

Ook een poll maken? klik dan hier