| Home | Gasten | Contact
» A. Vandermeulen - GOG door hulpverleners
Annemie Vandermeulen in Sociaal 2007/06
Grensoverschrijdend gedrag van hulpverleners

Samenvatting

Grensoverschrijdend gedrag in de hulpverlening wordt meestal geleidelijk opgebouwd. Iedere beroepsgroep
heeft zijn eigen deontologie, zijn eigen beroepscode, waarin de belangrijkste deontologische
regels zijn vervat.
Hulpverleners doen er goed aan stil te staan bij ethisch hulpverlenen; een hulpverlening gebaseerd
op respect, integriteit, verantwoordelijkheid en deskundigheid. Ondanks alles is de psychotherapeutische
relatie in vele opzichten ook een gewone, wederzijdse menselijke relatie die zeer intens
kan zijn. De hulpverlener heeft de plicht zijn cliënt of patiënt te informeren over wat men kan en
mag verwachten. Duidelijkheid over de deskundigheid en de ervaring van de hulpverlening, het
doel en de methode van aanpak, de voor- en nadelen, tijdstippen, het honorarium, de privacy en
de rechten en plichten kunnen vooraf de krijtlijnen uitzetten en al heel wat misverstanden vermijden.
Een goede hulpverlener zorgt ervoor dat de grenzen in alle omstandigheden overeind blijven.
- 0 -
Een jaar geleden organiseerden de vzw’s Uilenspiegel en Similes een studiedag rond "Grensoverschrijdend
gedrag van zorgverstrekkers". Naast professionele experts namen ook enkele ervaringsdeskundigen
het woord. Ze getuigden van een realiteit die we liever niet onder ogen zien.
Maar misbruik door hulpverleners bestaat wel degelijk en de slachtoffers dragen er jarenlang de
gevolgen van. Ze zijn beschaamd, gekwetst en durven er nauwelijks met iemand over praten. Behalve
met zij die het ook hebben meegemaakt. Het Trefpunt Zelfhulp begeleidt reeds meer dan
een jaar een gespreksgroep voor slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag. Hun ervaringen
kunnen bijdragen tot een reflectie over hulpverlenen, over grenzen beroeren en grenzen overschrijden,
over preventie en weerbaarheid, over kwetsbaarheid en het destructieve van macht en
de noodzaak van ethisch hulpverlenen.
Eind 2005 kwam de ophefmakende zaak "Vincent Martin" in de media; een schrijnend verhaal van
seksueel misbruik door een vooraanstaand therapeut. Naar aanleiding hiervan meldde een aantal
vrouwen zich bij uiteenlopende organisaties: Uilenspiegel, de Nationale Vrouwenraad, Incest en
seksueel geweld, het Trefpunt Zelfhulp. Sommigen waren slachtoffer van de dezelfde hulpverlener,
anderen herkenden zich in het verhaal, weer anderen waren vooral opgelucht dat er eindelijk
ruchtbaarheid werd gegeven aan iets waar ze dachten helemaal alleen mee te staan. Ze hadden
allen nood om hun hart te luchten, om geloofd te worden, om ervaringen uit te wisselen met
lotgenoten, om eindelijk een klankbord te vinden voor te lang opgekropte emoties en gevoelens.
Het startschot voor een nieuwe zelfhulpgroep werd gegeven en een maand later kwamen lotgenoten
voor het eerst samen. Veilig, anoniem en onder deskundige begeleiding.

GOG?

Grensoverschrijdend gedrag in de hulpverlening is psychisch en/of seksueel misbruik door hulpverleners
(therapeuten, artsen, verplegers, priesters,...) met wie men als patiënt(e) of cliënt een
vertrouwensrelatie heeft. Dit kan gaan van (psychische) manipulaties tot betasten of zelfs verkrachten.
Kenmerkend is hier de niet-gelijkwaardige positie waarin men zich als patiënt(e) bevindt.
Meestal wordt de intieme grens overschreden. Grensoverschrijdend gedrag legt een zware hypotheek
op het verdere groei- en genezingsproces van de patiënt. Misbruik door diegene in wie men
alle vertrouwen had, laat diepe sporen na.

IPSOF gog hulpverleners sociaal.doc - 2

Grensoverschrijdend gedrag wordt meestal geleidelijk opgebouwd: een consultatie loopt gemakkelijk
uit, afspraken worden op het einde van de dag geplaatst, de therapeut wordt persoonlijker,
vertelt meer en meer over zichzelf, er worden complimenten gegeven of suggestieve uitspraken
gedaan, de therapeut gebruikt troetelnaampjes of er worden diensten gevraagd (babysitten, computerkennis…).
De cliënt voelt zich vereerd, heeft het gevoel dat hij of zij bijzonder is, dat de afstand
tussen hen steeds kleiner wordt, dat de relatie steeds gelijkwaardiger wordt. Stilaan worden
er zachte verleidingstechnieken toegepast en er wordt al dan niet subtiel aangestuurd op seksueel
contact. Van de cliënt wordt tenslotte geheimhouding verwacht..

Over daders en slachtoffers

Hulpverleners zijn door hun opleiding en achtergrond gekwalificeerd om problemen te detecteren,
te analyseren en op te lossen. In de zelfhulpgroep hadden de vrouwen vooral negatieve ervaringen
met hulpverleners uit de geestelijke gezondheidszorg, met name psychiaters, psychologen en psychotherapeuten.
Onderzoek toont aan dat de meeste daders mannelijke hulpverleners zijn, tussen de 38 en 52 jaar
en dat het slachtoffer een jongere vrouwelijke cliënte is. Maar evengoed is een man/man of een
vrouw/vrouw relatie mogelijk. Meestal gaat het om hulpverleners die een vaderlijke of moederlijke
uitstraling hebben en gezag, wijsheid en vertrouwen ten toon spreiden.
"Hij nam me op de schoot en troostte me, ik was verlegen en onwennig, maar het voelde ook
warm aan, hij gaf me immers de warmte die ik nooit gekregen had. Ik gaf me er ongeremd aan over.
Ik kwam vervuld van warmte, maar ook verward van het 'teveel misschien', uit zijn therapiekamer."
Deze hulpverleners zijn mensen met charisma die goed kunnen luisteren, vlot praten en mensen
op hun gemak kunnen stellen. Meestal zijn ze ook tamelijk in hun nopjes met zichzelf, relatief zelfingenomen
en werken geïsoleerd (een eigen praktijk, niet verbonden aan een centrum of andere
instantie).
De slachtoffers daarentegen zijn mensen die steun zoeken voor levensproblemen zoals minderwaardigheidsgevoelens,
moeizame sociale contacten, huwelijksproblemen, moeilijkheden bij de
opvoeding van de kinderen, moeilijkheden om het leven zelf het hoofd te bieden.
"Voor het eerst in mijn leven durfde ik te zeggen dat ik me niet mooi vond en me niet zo goed in
mijn vel voelde. Sinds mijn 19de had ik een boulimieprobleem ontwikkeld en op mijn 22ste was ik
in de war, zat ik verstrikt, wou daaruit geraken en zocht hulp bij hem."
In de praatgroep ging het overwegend om vrouwen die met zichzelf in de knoop zaten, een zeer
laag zelfwaarde gevoel hadden en hunkerden naar begrip, een luisterend oor, aandacht, waardering
en respect.
De meesten groeiden op in een relatief kil gezin met weinig affectie, warmte en aandacht. Op één
uitzondering na hadden alle vrouwen een moeizame ouder-kindrelatie gekenmerkt door afstandelijkheid,
onverschilligheid en negatieve kritiek.
"Ik was zeer onzeker over mezelf, had een laag zelfbeeld, veel twijfels en zat in een moeilijke
periode van mijn leven. De relatie met mijn ouders was koud, kil, afstandelijk geweest. Ik heb
veel ruzies thuis meegemaakt, ben vaak zelf geslagen geweest. Geen van mijn beide ouders
toonde ooit interesse of bekommernis. Ik kon met vreugde, verdriet, pijn niet bij hen terecht. Ik
kon nooit iets goed voor hen doen."

Schuld of boete?

De meeste slachtoffers kampen na jaren nog steeds met schuld en schaamtegevoelens. Ook al ligt
de verantwoordelijkheid van grensoverschrijdend gedrag altijd bij de hulpverlener, toch worden
sommige vrouwen ervan beschuldigd het zelf te hebben uitgelokt, medeverantwoordelijk te zijn
voor wat er is gebeurd.

IPSOF gog hulpverleners sociaal.doc - 3

"Ik kwam pas echt tot het besef en inzicht dat ik niet ziek of fout was toen ik andere slachtoffers
hoorde. Het deed me inzien dat ik de schuld niet meer bij mezelf moet leggen en dat dit
gewoon een extra trauma gaf, bovenop mijn probleem."
Slachtoffers krijgen soms het verwijt dat ze vroeger hadden moeten reageren. Toch is dit niet altijd
evident. Men heeft alle intimiteit prijsgegeven, alle vertrouwen geschonken en niemand weet zoveel
van je meest persoonlijke gedachten. De afhankelijkheid neemt alsmaar toe, de kracht om er
uit te stappen brokkelt alsmaar meer af.
"Je hebt wel het gevoel dat er iets niet klopt, maar daarom weet je nog niet hoe je eruit moet
raken. Hij gaat heel subtiel te werk, houdt zich niet aan de regels, manipuleert langzaam maar
zeker, bevoorrecht (cadeautjes), isoleert, vraagt om geheimhouding en maakt je
medeverantwoordelijk. En als hij dan ook nog beweert heel veel om je te geven, dan kan je
helemaal niet meer weg."

Niet gehoord en niet geloofd worden

“Niet de wreedheid van de onderdrukker, maar het stilzwijgen van de omstaanders doet het slachtoffer
het meest pijn”, verzuchtte Elie Wiesel, slachtoffer van de Holocaust, ooit. Een uitspraak die
toepasselijk is op ieder slachtoffer van misbruik.
"Ik werd herhaaldelijk geconfronteerd met 'wegkijken' en zelfs 'toedekken' van de feiten door
collega's. Als ik mijn verhaal vertel gelooft men me wel, maar meteen sust men me ook op een
banale manier: 'Ach ja, dat gebeurt zo vaak...' 'Dat is toch te begrijpen; zo een mooie jonge
vrouw' of 'We horen dat wel meer' tot zelfs rechtuit: 'Je gaat toch geen klacht indienen hé?' "
Sommige collega’s schrikken als je over de zelfhulpgroep vertelt. "Men maakt jullie daar toch niet
warm om stappen te ondernemen hé?" zei iemand.
Men schendt het beroepsgeheim door collega’s te informeren over de gebeurtenissen en men
raadt je aan elders hulp te zoeken, ver weg uit de stad waar de dader zijn praktijk heeft.
De meeste vrouwen voelden zich heel opgelucht dat in de zelfhulpgroep hun verhaal niet in twijfel
werd getrokken. Ze werden geloofd, ze herkenden zich ook in het verhaal van anderen die hetzelfde
hadden meegemaakt.

Gevolgen van grensoverschrijdend gedrag

De gevolgen van grensoverschrijdend gedrag laten zich jarenlang voelen.
Schuld en schaamte zijn een goede voedingsbodem voor angstaanvallen en paniek. Slachtoffers
voelen zich vaak onbestemd angstig, hebben last van hyperventilatie en paniekaanvallen. Het geschonden
vertrouwen in de medemens ligt hier aan de basis. Niets is nog veilig.
"Ik voelde me vooral erg verraden, bedrogen, gebruikt en misbruikt tot in het diepste van mijn
wezen. Toen ik ontdekte dat het vertrouwen dat ik in hem had op drijfzand was gebaseerd, was
ik daar eerst heel verdrietig om, en dan heel erg boos. Of de twee tegelijk."
Het voortdurend geslinger tussen hevige emoties maakt mensen labiel, ze verliezen het houvast,
de vreugde, de veiligheid en de zekerheden in het leven. De meeste vrouwen in de groep hebben
last van stemmingsschommelingen, depressies en zelfmoordgedachten. De trieste werkelijkheid is
dat een aantal vrouwen van de groep al een zelfmoordpoging heeft ondernomen.
Het misbruik zorgt bij ieder van hen voor een moeizame partnerrelatie en een verstoorde
seksualiteitsbeleving. Hun zelfwaardegevoel is erg laag en ze sluiten zich snel af van de buitenwereld.
De meeste vrouwen geven ook aan erg vermoeid te zijn en zich moeilijk te kunnen concentreren.
Niet alleen ontwikkelden ze wantrouwen en achterdocht ten opzichte van hun medemens,
ze hebben ook het gevoel niet meer onbevangen met andere mensen om te kunnen
omgaan.

IPSOF gog hulpverleners sociaal.doc - 4

Wat kan helpen?
De meeste vrouwen voelden zich bijzonder opgelucht door te praten met anderen die hetzelfde
hadden meegemaakt. Ze doorbraken een jarenlang taboe en voelden zich bevrijd. Lotgenotencontact
helpt het vertrouwen in de medemens terug op te bouwen en los te komen van onterechte
schuldgevoelens.
"Praten met lotgenoten was zeer belangrijk voor mij. Ik kon voor het eerst vrijuit spreken en ik
voelde me gesterkt door wat ik herkende in anderen. Ik besefte voor het eerst dat mijn gevoelens
en de problemen die ik nadien had, niet abnormaal of 'ziekelijk' waren, maar een rechtstreeks
gevolg van het misbruik. Dat was zo’n opluchting! Het laatste beetje schuldgevoel ebt
beetje bij beetje weg."
De ruchtbaarheid die aan de zelfhulpgroep werd gegeven stak ook lotgenoten die niet naar de
groep (konden of durfden) komen, een hart onder de riem. Eindelijk bewoog er iets, al was het
maar op hele kleine schaal. Slachtoffers die zich verenigen beïnvloeden ook de vele "anonieme"
daders. Mogelijkerwijs komt hun verhaal daar aan de oppervlakte?
Sommige dapperen dienden een klacht in, maar de ervaring leert dat dit veel tijd, geld en energie
kost en het resultaat vaak ontmoedigend is. Ook een confrontatie met de dader brengt weinig soelaas,
en al helemaal niet als de hulpverlener niet bereid is zijn fouten toe te geven, of zich niet
eens van enig "kwaad" bewust is.
Lotgenotencontact helpt soms nog het beste:
"Op een bepaald moment vertelde iemand in de groep een anekdote over wat haar was
overkomen. Het was een ietwat komische situatie en misschien ook wel wat grappig verteld,
maar we schaterden het uit. Dat was een enorme opluchting! We voelden ons allemaal zo
sterk, zo bevrijd. Humor had alle macht en impact van de dader ontnomen."

Met dank aan alle vrouwen van de "Zelfhulpgroep voor Slachtoffers van Grensoverschrijdend Gedrag
" voor hun vertrouwen en medewerking.
Meer informatie over de zelfhulpgroep voor slachtoffers van Grensoverschrijdend Gedrag
(en andere zelfhulpgroepen) is te vinden op www.zelfhulp.be.

Literatuurlijst

Leijssen, M., Gids Beroepsethiek: Waarden, rechten en plichten in psychotherapie en
hulpverlening, Acco Leuven, Voorburg, 2005, 164 p.
Guggenbühl-Craig, A., Macht als gevaar in gezondheidszorg en welzijnswerk, Lemniscaat,
Rotterdam, 1995, 130 p.

Biografische noot
Annemie Vandermeulen is Sociaal Verpleegkundige en sinds 1982 als stafmedewerkster
verbonden aan het Trefpunt Zelfhulp, het ondersteunings- en begeleidingscentrum voor Vlaamse
zelfhulpgroepen (www.zelfhulp.be). Naast informatie, vorming, steun en advies aan nieuwe of bestaande
zelfhulpgroepen, begeleidt ze sinds april 2006 de maandelijkse bijeenkomsten van de
groep voor "Slachtoffers van Grensoverschrijdend Gedrag".
[ terug... ]Omhoog

Maak vrienden

Mijn vrienden / buddies

poll bezoekers


http://www.machtsmisbruik.nu